Niet iedereen die wil leren vliegen, heeft dezelfde doelen. Iemand die af en toe met vrienden wil vliegen heeft een ander brevet nodig dan iemand die piloot wil worden bij een luchtvaartmaatschappij. Gelukkig is het systeem van vliegbrevetten daar mooi op afgestemd. Je begint altijd met de basis en bouwt van daaruit verder.
LAPL – het instapbrevet
Het Light Aircraft Pilot Licence (LAPL) is het meest toegankelijke brevet om te leren vliegen. Met minimaal 30 vlieguren en een iets vereenvoudigde theorietoets ben je eerder klaar dan met een PPL. Het LAPL is geldig binnen Europa en geeft je het recht om te vliegen in lichte eenmotorige vliegtuigen met maximaal drie passagiers. Ideaal als je puur wil genieten van het vliegen zonder de ambitie om later beroepsvlieger te worden. De kosten beginnen rond de €9.900 bij het wettelijke minimum aantal uren.
PPL(A) – het wereldwijde privébrevet
Het Private Pilot Licence (PPL) is voor de meeste cursisten de beste keuze. Het is het meest veelzijdige en meest erkende privébrevet ter wereld. Met een PPL mag je overal ter wereld vliegen — van een kleine Cessna in Australië tot een huurvliegtuig in de Verenigde Staten. Je mag niet-betalende passagiers meenemen en kunt later eenvoudig extra bevoegdheden toevoegen, zoals nachtvliegen, instrumentvliegen of vliegen op meermotorige toestellen.
De wettelijke minimum voor een PPL is 45 vlieguren, maar in de praktijk heeft de grote meerderheid van de cursisten 60 tot 75 uur nodig. Reken op gemiddeld 65 uur voor een eerlijk beeld. De kosten in Nederland liggen gemiddeld tussen de €12.000 en €18.000, afhankelijk van je leertempo, het vliegtuigtype en de vliegschool. Omdat je per les betaalt bij de meeste vliegclubs, kun je de investering goed spreiden over de 12 tot 18 maanden dat de opleiding duurt.
Het PPL is bovendien de onmisbare eerste stap als je later wil doorgroeien naar een commercieel of professioneel vliegbrevet. Elk uur dat je vliegt met je PPL telt mee voor de hogere opleidingen.